Windturbines aan de Veerwagenweg: tien jaar trammelant
Het spel van welles-nietes in de windmolenkwestie op de Veerwagenweg lijkt niet te stoppen. Maar erger is dat dit dispuut de collegevorming behoorlijk ontregelt, waarbij partijen elkaar van onzuiver handelen verwijten. De goed-fout discussie vertroebelt de blik. Wie weet nog wat de stand van zaken is? In opdracht van burgemeester Cor Lamers zette het gemeentehuis de feitelijke stand van zaken op een rijtje. Zo is het gegaan en niet anders.
Deze burgemeestersbrief ten behoeve van de collegevorming begint met de vaststelling dat de Raad in 2001 de locatie Veerwagenweg aanwees voor realisatie van windenergie. Februari 2005 nam de Raad een integraal besluit over de realisatie van drie windturbines op de Veerwagenweg. Maart 2008 bevestigde de gemeenteraad nogmaals dit besluit. Eneco/Uwind zullen windturbines met 105 meter ashoogte en 45 meter bladlengte plaatsen die elektriciteit opwekken met een totaalvermogen van 6 megawatt; goed voor circa 5000 huishoudens. En de Raad wacht eerst de ervaringen met de windturbines op de Veerwagenweg af en zal op basis van deze evaluatie onderzoeken of op andere locaties plaatsing van windturbines wenselijk is.
In 2003 sluiten gemeente en Eneco/Uwind een overeenkomst voor een zelfstandig recht van opstal ten aanzien van het windpark. Het is een recht van opstal voor een periode van 20 jaar, met de mogelijkheid van verlenging voor nog eens 20 jaar. Voorafgaand aan het sluiten van deze overeenkomst met Eneco/Uwind onderzocht men de financiële risico's van planschade in verband met planologische procedures. Ook OZB-effecten, zoals waardevermindering door plaatsing van windturbines, werden onder de loep genomen. Hoewel er sprake was van weinige jurisprudentie is er een beperkt effect. Vooralsnog komt er geen nieuw onderzoek, omdat een versterkend effect op waardevermindering niet is te verwachten.
In april 2005 vroeg Eneco een milieuvergunning aan die de gemeente in juli 2005 verleende. In juni 2006 vernietigde de Raad van State deze vergunning, omdat het slechts denkbare scenario omwonenden onvoldoende duidelijkheid over de effecten van de drie windturbines verschafte.
De vergunning is januari 2007 opnieuw aangevraagd en lag gedurende de zomer van 2007 ter inzage. De bestuurder ontving diverse reacties - zienswijzen in juridisch jargon - van belanghebbenden. Deze procedure is in 2008 opgeschort vanwege een negatief advies van het Ministerie van Defensie: radarstoring. Nader onderzoek wees uit dat een radarverstoring door de Houtense windturbines lager is dan de maximaal toegestane waarde. Nadat deze belemmering in februari 2009 verviel, is op 15 december 2009 - op basis van het ontwerpbesluit en ingebrachte zienswijzen - besloten om de vergunning te verlenen. Dit besluit lag tot begin februari 2010 ter inzage, en werden vijf beroepschriften ingediend bij de Raad van State. De inhoud van deze beroepschriften is niet bekend omdat zij pas in behandeling worden genomen zodra indieners griffiekosten hebben betaald. Voor de uitspraak hanteert de Raad van State een ordetermijn van een jaar.
In 2005 is een vrijstellingsprocedure ex artikel 19.2 Wro (Wet op de ruimtelijke ordening) opgestart, tevens is parallel hieraan een bestemmingsplanprocedure in gang gezet. In oktober 2007 heeft de Raad van State het bestemmingsplan op onderdelen vernietigd. Redenen daarvoor waren administratief van aard. Nadat het bestemmingplan in oktober 2007 op onderdelen werd vernietigd door de Raad van State, hebben Gedeputeerde Staten de betreffende onderdelen in november alsnog van goedkeuring onthouden. Hierop heeft Eneco in december 2007 het college verzocht de in november 2005 verleende bouwvergunning in te trekken. Bij besluit van 11 december 2007 heeft het college dit verzoek ingewilligd. In 2007 heeft Eneco een nieuwe, beter gespecificeerde aanvraag bouwvergunning ingediend. Deze aanvraag bouwvergunning is conform de wetgeving, en opgevat als een verzoek om vrijstelling ex artikel 19.2 Wro.
In februari 2009 is de procedure aanvraag milieuvergunning vervolgd. Door een wijziging in de wetgeving was echter een bestemmingsplanwijziging niet meer nodig om een ex artikel 19.2 Wro procedure te voeren. Van 19 november tot 31 december 2009 lagen zowel de ontwerp vrijstelling als de ontwerp bouwvergunning ter inzage. Hierop zijn 33 brieven met zienswijzen ingediend. Deze indieningtermijn is verstreken. Het vorige college heeft toegezegd om vóór 1 juli 2010 op de ingediende zienswijzen te beslissen. De verwachting is dat, zodra het nieuwe college aantreedt, dit besluit snel zal worden voorgelegd. Voor de windmeetmast (aan de Kanaaldijk Zuid) is een aparte bouwvergunning aangevraagd. Deze bouwvergunning is op 1 maart 2010 verleend. De termijn voor het indienen van bezwaren bedraagt zes weken.
Bron: gemeente Houten
Relevante documenten:
- Burgemeestersbrief met actuele informatie over het dossier Windturbines Veerwagenweg t.b.v. collegevorming
- Raadsvoorstel realisatie windmolenpark
Meer nieuws
- Wat is nodig voor een goed ZZP-klimaat in Houten? 12-3-2012
- Open eigen kracht! Werken naar vermogen 27-1-2012
- Groen Zonnig Houten 25-1-2012
- Alle zeilen bij om het Houtense huishoudboekje op orde te houden 27-11-2011
- Hans van Zijst verlaat Houtense politiek 9-11-2011
- Een nieuwe kans voor de waterkrachtcentrale bij Hagestein? 30-9-2011
- Inbreng D66 dossier De Stenen Poort 20-9-2011
- Protest tegen UMTS-mast De Akkers 29-6-2011
- Jongeren beter in beeld bij jaarrekening 26-5-2011
- Sport in de Meerpaal stap verder 26-4-2011












word lid